KHAO YAI Nationaal Park

 

forest Hill - Khao Yai

Kaart van Khao Yai nationaal park, de pijl geeft aan waar Forest Hill is gelegen.
Kaart van Khao Yai nationaal park, de pijl geeft aan waar Forest Hill is gelegen.

De Zuidelijke ingang van het nationaal park Khao Yai vindt U 800 meter van Forest Hill.

Het park is gesticht in 1962 en werd in 1984 erkend door UNESCO als werelderfgoed. Het park beslaat 2.158 vierkante kilometer. (Ter vergelijking, de Belgische provincie Antwerpen is 2.876 vierkante km. groot).

Het park kent vijf plantenzones. Van laagland en heuvelig  tropisch regenwoud over grasland ( sporen van vroegere landbouwzones) tot groenblijvend woud en op de hoogste toppen droog houtland.

Khao yai betekent in Thai ‘grote berg’. Khao Rom is de hoogste top met zijn 1.351 meter. Het park is bezaaid met waterlopen en watervallen.

 

 

De bomen (teak en rubberbomen) reiken tot 50 meter in de hemel. Middelgrote bomen en een dichte bos ondergroei maken het zo goed als ondoordringbaar. Lianen, varens, orchideeën en andere epyphyten maken het park tot een botanisch feest, zelfs voor diegenen die met moeite een cactus van een roos kunnen onderscheiden. Het park wordt bewoond door een rijke fauna. Ja, sommige bewoners zijn ronduit onaangenaam . Bloedzuigers, schorpioenen, miljoenpoten en spinnen maken er deel van uit. Er zijn ook aangenamer bewoners. Vuurvliegjes en vlinders ( meer dan 2.500 soorten) vliegen er rond. Er werden  meer dan 10.000 soorten nachtvlinders geteld waaronder werelds grootste, de 25 cm grote Atlas mot.

Barking Deer

Hagedissen en gekko’s zijn er overal, inclusief de 50 cm grote Tokay Gekko. Slangen blijven meestal uit de buurt maar zijn meestal wel giftig. De cobra’s (in dit geval niet de spuwende soort) blijven gevaarlijk net als de kleine, venijnige groene slang. De Birmese Python is dan weer een wurgslang die tot 6 meter lang wordt en meer dan 100 kg kan wegen (na de maaltijd).

Siamese Fireback

Khao Yai is een vogelparadijs (er zijn verschillende uitkijkposten in het park). Er zijn meer dan 320 soorten aangetroffen.

Het park wordt bevolkt door een enorme diversiteit van (nacht)dieren.  Miljoenen vleermuizen huizen in de grotten, trage Lori’s met hun grote ogen in de bomen, stekelvarkens op de grond. Grotere zoogdieren kruisen uw pad. Herten zijn heel gewoon. Verschillende katachtigen (viskat, luipaarden, zwarte panters en tijgers (hoewel ze de laatste jaren niet meer werden waargenomen) sluipen door de jungle.

Gevaarlijker, want erg snelle en goede klimmers zijn de zwarte en de Maleisische beer. De wilde varkens zijn ook niet van de poes.

Populair zijn de Aziatische makaak apen die langs de enige weg door het park rondhangen en de gibbon apen die hun spektakel maken in de boomtoppen.

De koning is de Aziatische olifant die wild voorkomt in het park. Zo een 150 tot 200 stuks dwalen er rond. S’avonds of s’morgens

Olifanten lopen vrij rond

lopen ze soms voor hun gemak rond op de weg die nu eenmaal vlak is. Als je ze tegenkomt, blijf stil, leg de motor stil. Als ze toeteren, toeter dan niet terug. Als ze chargeren is de achteruitversnelling een optie. Blijf  in de auto. Die is steviger dan jij zelf en die beesten zijn zwaar.

Vanuit het bezoekerscentrum in het midden van het park zijn er verschillende wandelroutes. Sommigen kort, andere tot meer dan een halve dag lang. Voor sommigen hebt u, voor uw eigen welzijn, een gids nodig.

Khao Yai ligt verspreid over vier Thaise provincies (Nakhon Ratchisima, Saraburi, Nakhon Nayok en Prachinburi). Er snijdt van noord naar zuid een weg door het park. De meeste toeristenaccommodatie in het noorden (dichter bij Bangkok) is gericht op binnenlandse toeristen en heeft een hoog ‘Disneyland gehalte’.

De zuidelijke kant (Prachinburi) is veel landelijker en de toeristenvoorzieningen zijn er tot nog toe schaarser.
Khao Yai kent drie seizoenen maar het is er qua temperatuur altijd aangenamer dan in de centrale vlakte rond het stomende Bangkok. Er is een  ‘koel’ en droog seizoen van december tot februari. Gevolgd door een heet en droog seizoen van maart tot mei. Daarna is er het moessonseizoen waarin er meestal bij het vallen van de avond een tropisch onweer mogelijk is. Vergelijk het niet met een druilerige dag in Europa en neem het begrip koel relatief. De koudste temperaturen s’nachts zijn 12 graden (uitzonderlijk door de koudste wind uit China (Himalaya wind)), terwijl 28 graden s’nachts gangbaar is. Meestal ligt de gevoelstemperatuur veel hoger.
De gemakkelijkste manier om je (al dan niet naar een vertrekpunt in het park) te verplaatsen is met de wagen. Wij kunnen dat voor U organiseren, net als begeleide nachtsafari’s. De Thai die instaat voor het onderhoud van Forest Hill is een voormalige ‘ranger’ van het park. Het park bezoeken met de fiets wordt onder Thai steeds populairder. Wij kunnen u fietsen bezorgen. Wees wel een beetje fit want anders bent u, door de strakke hellingen in het park, meer bezig met uw hartslag dan met het landschap waarin u rijdt. We kunnen u natuurlijk ook met uw fiets afzetten in het park maar let dan ook op de steile afdaling op sommige stukken.

In het park kan u op het bezoekerspunt enkele vroeg sluitende eetstalletjes vinden. Er is zeer basic kampeerruimte voorzien, maar dan moet u alles meebrengen. Een dag ingangskaartje kost voor een volwassen Farang 400 Thaibath. De opbrengst gaat naar het beheer van het park. Thai betalen beduidend. Oneerlijk vinden sommigen maar beeld u zich eens in hoe u rondkomt met 300 Bath per dag.

Onderstaande video geeft een aardige indruk van het park